Te weinig mensen zien varkens BUITEN lopen in de natuur

Hoe Josse Haarhuis van PigMe varkens een vrij leven geeft

Landhuis in de Stad heeft niet veel vlees op het menu. Hun motto: minder is beter, en als je vlees eet, dán moet het goed zijn. Niet uit de bio-industrie en het liefst gaat chef-kok Anna zelf naar de boer toe. Het varkensvlees koopt ze daarom bij PigMe.

“Het is niet eens biologisch, maar de varkentjes lopen wel vrij rond door de wei of in het bos. En dat ik dit met eigen ogen kan zien, is veel belangrijker dan een biologisch keurmerk.”

Naast die gepofte bietjes en salade van het seizoen staat er ook wel eens een varkenskotelet op het menu. En wie daarvan houdt, maar wel graag aan welzijn van dieren denkt en het milieu, kan met gerust hart dat koteletje eten. Varkens van PigMe lopen hun hele leven vrij rond in een modderpoel of door het bos. Hebben ruimte genoeg en daarbij worden ze gevoerd met vooral reststromen. In totaal heeft het bedrijf zo’n twaalf locaties waar ze varkens houden. Dat zijn stukken land bij een landgoed, op een kinderboerderij of bij een stadsboer.


Lekkere modderpoel

Eén van de locaties van PigMe vind je in Maarssen. Zeventien bontgekleurde varkens scharrelen hier door de modder. Vliegen op boer Josse Haarhuis af wanneer hij aankomt met bakken vol ‘reststroomvoedsel’. De ene dag is dat afgekeurd brood, de andere dag zijn het eikels uit de natuur. Vandaag is het afval uit de bierbrouwerij. De varkens bepalen al duwend de onderlinge rangorde terwijl ze op de voerbakken afstuiven, al is er voldoende ruimte. Het afgerasterde stuk modder ligt midden op een landgoed. Dat landgoed ligt vlakbij het dorp zodat mensen kennis kunnen maken met varkens die normaal gesproken in stallen verblijven.

“Ik ben hiermee begonnen omdat ik wil laten zien hoe je dieren houdt. En mensen zien nergens varkens lopen. Zelfs op biologische boerderijen zitten vleesvarkens voor een deel binnen. Ze mogen wel naar buiten, maar lopen dan meestal op beton en zelden in een lekkere modderpoel”, legt Haarhuis uit. “Ze hebben bij ons veertig keer meer ruimte en kunnen daardoor echt natuurlijk gedrag vertonen.”

Kennismaken met het vlees op je bord

Deze jonge boer begon anderhalf jaar geleden met PigMe. Hij was net afgestudeerd en zocht hij naar andere manieren van vee houden. “Hoe kan ik mensen laten zien hoe varkens leven? Hoe kan ik ze bewuster maken en daarmee tegelijkertijd de vleesconsumptie verminderen? Ik bedacht me dat er veel braakliggende grond is waar niks mee gebeurt. Varkens waarderen deze grond weer op. Zoals hier waar ze ervoor zorgen dat het onkruid verdwijnt en de grond straks weer super vruchtbaar is. Ik verplaats de varkens dan weer naar een nieuw stuk grond, soms naar een heel ander plek.”

Het zijn dus een soort mobiele varkensweides, dicht bij de mensen. Die varkens worden dan deels door vrijwilligers gevoerd. En Josse onderhoudt ondertussen de hele keten van een stukje varkensvlees door het zelf aan de restaurants en winkels te verkopen.

“Kijk die varkens lekker door de modder rennen”, zegt hij, trots kijkend naar zijn bonte verzameling. “Daar word ik heel blij van. En toch eten we ze op. Mensen reageren daar verschillend op. Ik vind het interessant de reactie van mensen waar te nemen zodra ze een band krijgen met het dier. Daar ga ik het gesprek graag over aan. Want als je het eet, moet je beseffen waar het vandaan kwam. Ons vlees is duurder, maar veel lekkerder. Ik wil dat de consument dus bewuster eet, meer geniet, maar wel een beetje minder dus.”

Langzamer groeien

De vier maanden oude varkens die nu op het landgoed rondscharrelen moeten nog wat ouder worden, ongeveer tien tot twaalf maanden voordat ze naar de slacht gaan. Josse licht toe dat ze bij PigMe met een speciaal ras werken. Vaak een mix en meestal is het deels van het Engelse Berkshire ras. “Dat vlees heeft een heerlijke smaak. Dat komt omdat het een stuk langzamer groeit. En dat vinden wij juist goed, in tegenstelling tot boeren uit de bio-industrie die juist varkens zo snel mogelijk vet willen mesten.”

Volgens Haarhuis licht toe: “Je hebt energie nodig om weerstand op te bouwen. Varkens die zo snel groeien stoppen wel 80% van hun energie in de groei. Daardoor blijft er maar 20% over om weerstand op te bouwen en dat is te weinig. Varkens worden snel ziek als het weer omslaat en daarom zitten ze altijd binnen. Wij houden een gezonder ras. Het groeit beter, maar is ook gezonder, gelukkiger en dus lekkerder.”

Reststromen verzamelen

Josse is meer ondernemer dan boer. Hij ‘runt’ een aantal weides met varkens. Deze ochtend kwam hij zijn varkens in Maarssen vers voer brengen. Bierborstel van de lokale bierbrouwer waar hij een afspraak mee heeft. “Het is afval dat ontstaat tijdens het brouwen van bier. Eerst werd het weggegooid. Zonde, want het is erg gezond voer met veel eiwitten.”

Terwijl Josse met de bakken sleept krijgt hij weer een telefoontje van de brouwerij of hij meer kan komen halen. “Dat kan ik dus niet plannen en dat maakt dit werk een uitdaging. Ik wil eigenlijk alle varkens met alleen maar reststromen voeren. Maar ik moet het allemaal zelf halen en rondbrengen naar de verschillende locaties. Daar zijn we nog een beetje klein voor. In de toekomst, als we iets meer locaties hebben, lukt dit hopelijk wel.”

Meer weten over dit mooie bedrijf? Meer informatie vind je op de website van PigMe.

We hebben nog meer verhalen over de keuzes die we maken! Bekijk hiervoor ons verhalenoverzicht